De Drie Belangrijkste Duitse Werkwoorden
Haben (hebben) gebruik je voor bezit en bij veel samengestelde tijden. De vormen zijn: ich habe, du hast, er/sie/es hat, wir haben, ihr habt, Sie/sie haben. Het voltooid deelwoord is gehabt.
Sein (zijn) beschrijft een toestand of eigenschap. Let op de onregelmatige vormen: ich bin, du bist, er/sie/es ist, wir sind, ihr seid, Sie/sie sind. Het voltooid deelwoord is gewesen.
Werden betekent "worden" of drukt de toekomende tijd uit. De vervoegingen zijn: ich werde, du wirst, er/sie/es wird, wir werden, ihr werdet, Sie/sie werden. Het voltooid deelwoord is geworden.
💡 Onthoudtip: Leer deze drie werkwoorden uit je hoofd - ze zijn de basis van bijna alle Duitse grammatica!