Conjunctuur: hoog en laag
De economie gaat op en neer als een achtbaan! Een recessie betekent officieel twee kwartalen achter elkaar krimp. Laagconjunctuur herken je aan: voorraadophoping bij bedrijven, stijgende werkloosheid, dalende prijzen (deflatie) en laag consumentenvertrouwen.
Hoogconjunctuur is het tegenovergestelde: krappe arbeidsmarkt, inflatie, stijgende productie en veel vraag naar werknemers. Beide extremen kunnen problemen veroorzaken.
Het CBS gebruikt conjunctuurindicatoren om de economie te monitoren: vertrouwensindicatoren, economische indicatoren en arbeidsmarktcijfers. Zo kunnen we zien waar we naartoe gaan.
De overheid probeert de schommelingen te dempen met anticyclisch begrotingsbeleid - uitgaven verhogen bij laagconjunctuur, verlagen bij hoogconjunctuur. De ECB gebruikt rente om inflatie rond de 2% te houden.
💡 Praktisch: Let op nieuwsberichten over werkloosheidscijfers en inflatie - dat zijn directe signalen van de conjunctuur!