Onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd
Onregelmatige werkwoorden volgen geen vaste regel - je moet ze uit je hoofd leren. Maar maak je geen zorgen, er zijn er niet zoveel belangrijke voor jouw niveau!
De belangrijkste zijn: go → went, come → came, see → saw, get → got, make → made, take → took, have → had, en be → was/were.
Nederlandse voorbeelden maken het duidelijk: "Ik ging naar de bioscoop" wordt "I went to the cinema" en "Zij zag een film" wordt "She saw a movie".
Het lijkt veel, maar als je deze tien werkwoorden kent, kun je al heel veel verhalen vertellen over het verleden!
Slim leren: Maak elke week een lijstje van tien onregelmatige werkwoorden en oefen ze dagelijks.