Franse bijvoeglijke naamwoorden - de basis
Bijvoeglijke naamwoorden (adjectifs) in het Frans staan meestal na het zelfstandig naamwoord, in tegenstelling tot het Nederlands. Je zegt dus "une voiture rouge" (een auto rode) in plaats van "een rode auto".
Het lastige is dat Franse bijvoeglijke naamwoorden van vorm veranderen. Ze moeten overeenkomen met het zelfstandig naamwoord in geslacht mannelijk/vrouwelijk en getal enkelvoud/meervoud. Dit noemen we congruentie.
De basisregel is simpel: mannelijk enkelvoud is de grondvorm, vrouwelijk enkelvoud krijgt vaak een -e, en voor het meervoud voeg je meestal een -s toe.
Let op! Sommige bijvoeglijke naamwoorden hebben hele speciale vormen die je gewoon uit je hoofd moet leren.
Onregelmatige vormen die je moet kennen:
- bon → bonne → bons → bonnes (goed)
- beau → belle → beaux → belles (mooi)
- nouveau → nouvelle → nouveaux → nouvelles (nieuw)
- vieux → vieille → vieux → vieilles (oud)
Regelmatige uitgangen die je vaak ziet:
- Woorden op -ien worden -ienne bij vrouwelijk
- Woorden op -if worden -ive bij vrouwelijk
- Woorden op -eux worden -euse bij vrouwelijk
Nuttige bijvoeglijke naamwoorden voor je woordenschat: bon (goed), grand (groot), petit (klein), premier (eerste), dernier (laatste), joli (leuk), jeune (jong), vieux (oud), nouveau (nieuw), mauvais (slecht), long (lang), beau (mooi).