De présent - tegenwoordige tijd
De présent is jouw nieuwe beste vriend - je gebruikt hem voor alles wat nu gebeurt, gewoontes, en feiten. Voor werkwoorden die eindigen op -er (zoals parler, manger) vervang je gewoon de -er door de juiste uitgang.
Neem bijvoorbeeld parler (spreken): je parle, tu parles, il/elle parle, nous parlons, vous parlez, ils/elles parlent. Super regelmatig dus! Je mange une pomme betekent gewoon "ik eet een appel".
Maar pas op voor de onregelmatige werkwoorden zoals être (zijn), avoir (hebben), aller (gaan) en faire doen/maken. Die moet je uit je hoofd leren, want die zijn overal!
Deze tijd is echt onmisbaar - van "je regarde Netflix" tot "nous habitons à Amsterdam". Een keer goed leren en je hebt er de rest van je leven profijt van.
Pro tip: Begin met -er werkwoorden - die zijn het makkelijkst en komen het vaakst voor!