Onregelmatige Werkwoorden - De Uitdaging
Onregelmatige werkwoorden zijn rebels die hun eigen regels volgen, maar gelukkig zijn het er niet zo veel. De belangrijkste zijn être, avoir, aller, faire, pouvoir, vouloir en prendre.
Être (zijn) en avoir (hebben) zijn absoluut cruciaal omdat je ze gebruikt voor de passé composé. Être: suis, es, est, sommes, êtes, sont. Avoir: ai, as, a, avons, avez, ont. Deze moet je echt uit je hoofd kennen!
Aller (gaan) is handig voor de nabije toekomst, en faire doen/maken gebruik je constant in gesprekken. Pouvoir (kunnen) en vouloir (willen) zijn modaalwerkwoorden die je attitude uitdrukken.
Onthoud: Bij onregelmatige werkwoorden verandert vaak de stam in verschillende tijden - aller wordt ir- in de futur simple, faire wordt fer-.
Het geheim? Maak zinnen met deze werkwoorden in plaats van ze alleen maar op te dreeunen. "Je vais au cinéma" (ik ga naar de bioscoop) onthoud je makkelijker dan alleen "vais, vas, va..."!