Franse Grammatica Basics
Het passé composé lijkt ingewikkelder dan het is, maar als je het doorhebt wordt Frans ineens veel makkelijker! Het is basically de Nederlandse perfectum - "ik heb gedaan" in plaats van "ik deed".
Voor regelmatige werkwoorden die eindigen op -er gebruik je een simpele formule: het werkwoord 'avoir' + de stam + 'é'. Dus "parler" wordt "j'ai parlé" (ik heb gesproken). Super logisch!
De onregelmatige werkwoorden zijn vervelender omdat je die gewoon uit je hoofd moet leren. De drie belangrijkste zijn avoir (j'ai eu), être (j'ai été) en faire (j'ai fait). Deze komen overal voor, dus nail deze eerst.
Bezittelijke voornaamwoorden werken anders dan in het Nederlands. Ze veranderen afhankelijk van het woord dat erna komt, niet van wie het bezit. "Mon père" en "ma mère" - het gaat om père/mère, niet om of jij een jongen of meisje bent.
Pro tip: Voor woorden die beginnen met een klinker of stomme h gebruik je altijd de mannelijke vorm: "mon amie" (niet "ma amie")!