De VOC: Handelsimperium en Machtsspel
De VOC VerenigdeOost−IndischeCompagnie maakte het grootste deel van hun winst niet met directe handel naar Nederland, maar door slim te handelen tussen verschillende Aziatische landen onderling. Deze inter-Aziatische handel was hun goudmijn - op elke transactie verdienden ze geld.
Natuurlijk brachten de retourvloten ook regelmatig kostbare goederen naar Holland: nootmuskaat, kruidnagels, peper, zijde, porselein en thee. Het slimme was dat je hiervoor niet per se grote gebieden hoefde te veroveren - factorijen (handelsposten) waren vaak genoeg.
De VOC sloot handelsverdragen met Aziatische vorsten, soms vrijwillig, soms met geweld. Ze vochten tegen Arabische kooplieden, Spanjaarden, Engelsen en andere concurrenten om de markt te beheersen. Van de Staten-Generaal hadden ze het monopolie op de specerijenhandel gekregen - en dat handhaafden ze meedogenloos.
Let op: Toen bewoners van de Banda-eilanden ondanks het verbod toch zelf nootmuskaat verkochten, liet Coen ze onthoofden. Hollandse planters namen hun plaats in, samen met VOC-slaven voor de nootmuskaat plantages.
De VOC financierde alles door aandelen uit te geven. Je gaf geld aan de VOC en kreeg een aandeel in het bedrijf plus een deel van de winst (dividend). Deze aandelen kon je verhandelen op de Amsterdamse beurs - de eerste echte aandelenmarkt ter wereld!