De Grote Opstand van 1857
Stel je voor: je moet patronen gebruiken die ingesmeerd zijn met dierlijk vet, terwijl dat tegen je geloof ingaat. Dat was precies wat er gebeurde in 1857 toen het Brits-Indisch leger nieuwe geweren introduceerde. Voor hindoes (rundvet) en moslims (varkensvet) was dit een absolute no-go.
De sepoys (Indiase soldaten) uit Noord-Indië gingen als eerste in opstand, en al snel sloeg de rebellie over naar de gewone bevolking. Maar dit was veel meer dan alleen een conflict over patronen.
De echte oorzaken lagen veel dieper. De Britten probeerden Indiërs westerse beschaving bij te brengen vanuit een superioriteitsgevoel, wat natuurlijk niet werd gewaardeerd. Daarnaast verdrong de East India Company lokale machthebbers, die hun invloed en inkomsten zagen verdwijnen.
Let op: Economische uitbuiting speelde een hoofdrol - door Britse maatregelen werd de Indiase economie afgeremd, wat leidde tot groeiende armoede.
Helaas voor de opstandelingen mislukte de opstand. De Indiërs waren onderling verdeeld (waar de Britten handig gebruik van maakten), het Britse leger was sterker, en er waren ook Indiërs die tevreden waren met de Britse overheersing.
De gevolgen waren enorm: de East India Company werd opgeheven en koningin Victoria werd keizerin van India. Brits-Indië kwam onder direct bestuur van de Britse regering te staan. In 1885 richtten westers geschoolde Indiërs het Indian National Congress op - nog niet voor onafhankelijkheid, maar voor gelijke rechten.