De Nederlandse Opstand
Stel je voor: je wordt gedwongen om een bepaalde religie te volgen én moet ook nog eens zware belastingen betalen aan een vreemde koning. Precies dat gebeurde er in de 16e eeuw onder Karel V en later Filips II.
De problemen begonnen toen Luther in 1517 de Hervorming startte - een beweging die kritiek had op de katholieke kerk. Karel V, die zowel koning van Spanje als heerser van de Nederlanden was, wilde het protestantisme koste wat kost tegenhouden. Toen zijn zoon Filips II hem in 1555 opvolgde, werd het beleid nog strenger.
In 1566 explodeerde de woede letterlijk: de beeldenstorm brak uit. Protestanten vielen katholieke kerken aan en vernietigden beelden. Filips II reageerde door de harde generaal hertog van Alva naar de Nederlanden te sturen, die de beruchte Raad van Beroerten oprichtte om rebellen te straffen.
Willem van Oranje had er genoeg van en begon in 1568 de opstand. Hij leidde de Geuzen in wat de Tachtigjarige Oorlog zou worden. Het noorden vocht voor vrijheid, terwijl het zuiden grotendeels trouw bleef aan Spanje. In 1588 ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden - een uniek systeem waar de Staten-Generaal de macht had in plaats van een koning.
Wist je dat? Nederland was één van de eerste landen ter wereld die kozen voor een republikeinse staatsvorm in plaats van een monarchie!