Tijdvak 6: Gouden Eeuw en Absolutisme (1600-1700)
Het kapitalisme kwam op door investeringen in handel. De VOC VerenigdeOost−IndischeCompagnie kreeg ongelooflijke macht: ze mochten als enige in Azië handelen, oorlog voeren en zelfs gebieden besturen. Dit leidde tot de eerste echte wereldeconomie waarin alle continenten met elkaar verbonden raakten.
Nederland beleefde zijn Gouden Eeuw met economische, culturele en wetenschappelijke bloei. Amsterdam werd de belangrijkste stapelplaats van Europa. De schilderkunst bloeide omdat gewone burgers kunst kochten, en geleerden kwamen van over heel Europa naar Nederland voor de gewetensvrijheid.
Tegelijkertijd ontwikkelde Frankrijk het absolutisme onder Lodewijk XIV, waar de koning almachtige macht had. Engeland koos een andere weg: na de Glorious Revolution werd het een constitutionele monarchie waar de koning macht moest delen.
Belangrijk verschil: Terwijl andere landen absolute koningen kregen, bleef Nederland een republiek zonder staatshoofd.
De wetenschappelijke revolutie ontstond toen wetenschappers met telescopen bewezen dat de aarde om de zon draait. Deze nieuwe methode van observeren, experimenteren en redeneren leidde tot technologische ontwikkelingen en optimisme over de toekomst.