Van Ancien Régime naar Revolutie
Voor de democratische revoluties leefde Europa onder het ancien régime - een systeem met absolutisme, standenmaatschappij en censuur. De Franse revolutie bracht hier drastische verandering in met grondwetten, de verklaring van de rechten van de mens, en het einde van de standenmaatschappij.
De standenmaatschappij bestond uit drie groepen: de geestelijkheid (1e stand), de adel (2e stand), en de rest (3e stand). Alleen de 3e stand betaalde belasting maar had geen inspraak in het bestuur. Censuur betekende dat overheid en kerk toezicht hielden op alle publicaties.
Sommige koningen probeerden verlicht absolutisme: zij behielden alle macht maar stelden deze in dienst van het volk ("alles voor het volk, maar niets door het volk"). Deze koningen voerden godsdienstvrijheid in, stimuleerden kunst en wetenschap, en schaften marteling af.
Onthoud: Het ancien régime kenmerkte zich door ongelijkheid en onderdrukking, terwijl de revoluties gelijkheid en vrijheid brachten.