Van VOC naar Nederlands-Indië
Het gebied dat we nu Indonesië kennen, heette toen Nederlands-Indië en was Nederland's grootste kolonie. Oorspronkelijk bestond het uit verschillende culturen en geloven, maar tegen het einde van de 16e eeuw werd het islamitische rijk Mataram de machtigste.
De VOC had al sinds de 17e eeuw handelsposten op Java, maar toen ze in 1799 failliet ging, nam de Nederlandse staat alles over. Zo ontstond Nederlands-Indië als officiële kolonie. In het begin hadden inheemse vorsten nog veel macht, maar geleidelijk onderwierp Nederland ze met militair geweld.
Nederland gebruikte indirect bestuur - er waren te weinig Nederlandse bestuurders voor zo'n enorme bevolking. De gouverneur-generaal stond aan het hoofd, gesteund door Nederlandse ambtenaren. Ze voerden een slimme verdeel-en-heers politiek: sommige vorsten werden bevoordeeld om te voorkomen dat ze in opstand zouden komen.
Belangrijk: Het cultuurstelsel (1830-1870) dwong boeren om 20% van hun land te gebruiken voor producten voor Nederland. Dit leverde veel geld op voor Nederland, maar veroorzaakte hongersnoden onder de lokale bevolking.