Protestantse Reformatie: De kerk splitst
Maarten Luther (1483-1546), een Duitse monnik, zette in 1517 de kerk op zijn kop met zijn 95 stellingen. Hij was woedend over de aflatenhandel van Johann Tetzel, die beweerde: "Als het geld in het kistje klinkt, de ziel in de hemel springt."
Luther's belangrijkste kritiekpunten waren helder: geestelijken focusten te veel op wereldse zaken zoals geld en macht, het celibaat werd overtreden, en hij verwierp de meeste sacramenten behalve doop en avondmaal. Volgens hem hoefden geen priesters, maar oprechte geloof in God om zonden te vergeven.
Johannes Calvijn (1509-1564) ging nog verder met zijn predestinatieleeer: mensen zijn voorbestemd om naar hemel of hel te gaan. Zichtbaar vroom gedrag door Bijbelstudie, gebed en hard werken waren tekenen van uitverkiezing. Hij predikte ook absolute gehoorzaamheid aan de overheid, want die werd door God aangesteld.
Examentip: Luther = tegen aflatenhandel, Calvijn = predestinatie. Makkelijk te onthouden!