Elektriciteit en spanning - De basis die je écht moet snappen
Stel je voor: elektrische stroom is gewoon een groep elektronen die door een draad marcheert, zoals mensen door een gang lopen. Stroomsterkte (I) meet hoeveel van die elektronen er per seconde langskomen - dit wordt gemeten in ampère.
Spanning (U) is het verschil in energie tussen twee punten, alsof je van een berg afdaalt. Hoe hoger de berg, hoe meer "duwkracht" er is om de elektronen te laten bewegen. Dit wordt gemeten in volt - denk aan de 230 volt uit je stopcontact thuis.
Weerstand (R) is hoe moeilijk het voor stroom is om ergens doorheen te komen, gemeten in ohm. Een koperdraad heeft weinig weerstand, rubber heeft juist heel veel. De wet van Ohm U=I×R legt dit allemaal vast - dit is DE formule die je moet kennen voor je toets.
Bij een serieschakeling gaat alle stroom door elk onderdeel, maar de spanning wordt verdeeld. Bij een parallelschakeling krijgt elk onderdeel de volle spanning, maar splitst de stroom zich op. Daarom kun je thuis de tv uitzetten terwijl de koelkast gewoon aanblijft - ze zitten parallel geschakeld.
Let op: Vermogen bereken je met P = U×I. Dit vertelt je hoeveel energie per seconde wordt gebruikt - daarom staat op je föhn bijvoorbeeld 2000W. Je energierekening rekent in kWh (kilowattuur), wat je krijgt door P×t te doen.