Verschillende soorten krachten
Veerkracht ontstaat wanneer je een veer uitrekt of indrukt. De formule is simpel: F_v = C × u, waarbij C de veerconstante is en u de uitrekking. Hoe stijver de veer, hoe groter C wordt.
Zwaartekracht, spankracht en normaalkracht gebruik je constant in opgaven. Ze worden allemaal berekend met F = m × g, waarbij g altijd 9,81 m/s² is. De normaalkracht werkt alleen als een voorwerp loodrecht op de grond staat.
Weerstandskrachten zorgen ervoor dat dingen langzamer gaan. Schuifwrijving hangt af van de normaalkracht Fw,s=f×FN. Luchtweerstand wordt interessanter bij hogere snelheden omdat die kwadratisch toeneemt met de snelheid.
Let op: Luchtweerstand neemt toe met v², dus bij dubbele snelheid krijg je vier keer zoveel weerstand!