Krachten tekenen en evenwicht
Krachten tekenen doe je met pijlen, ook wel vectoren genoemd. De lengte van de pijl toont hoe sterk de kracht is, en de richting laat zien welke kant de kracht opgaat. Het beginpunt van de pijl is het punt waar de kracht aangrijpt.
Wanneer twee krachten elkaar in evenwicht houden, gebeurt er niets - het voorwerp blijft stilstaan of beweegt met constante snelheid. De normaalkracht is een belangrijke kracht die loodrecht vanuit een oppervlak werkt, zoals de kracht die een tafel op een boek uitoefent.
Bij veren geldt een speciaal verband: hoe meer kracht je uitoefent, hoe meer de veer uitrekt. Dit kun je berekenen met de veerconstante C=F÷u. Deze constante vertelt je hoe stug een veer is.
Krachten samenvoegen kan door ze bij elkaar op te tellen (als ze dezelfde richting hebben) of af te trekken (als ze tegengestelde richtingen hebben). Het eindresultaat noem je de resultante.
Handig: Een grafiek van kracht tegen uitrekking bij een veer geeft altijd een rechte lijn door de oorsprong!