Krachten in evenwicht
Elke keer als je ergens tegenaan duwt, duwt dat "iets" net zo hard terug - dat is de derde wet van Newton. Denk maar aan wanneer je tegen een muur duwt: jij voelt ook druk terug op je handen.
Het zwaartepunt is het punt waar de zwaartekracht aanvalt op een voorwerp. Dit punt bepaalt of iets omvalt of stabiel blijft staan. Een voorwerp is stabiel wanneer het zwaartepunt boven het ondersteuningsvlak ligt of onder het ondersteuningspunt hangt.
Het moment M=F×r laat zien hoe sterk een kracht kan laten draaien. De arm is de loodrechte afstand van het draaipunt naar de werklijn van de kracht. Hoe groter deze afstand, hoe makkelijker het draaien wordt.
Bij hefbomen geldt de hefboomwet: F₁ × r₁ = F₂ × r₂. Dit betekent dat je met een kleine kracht een grote kracht kunt overwinnen, als je arm maar lang genoeg is. In je lichaam zitten overal hefbomen - je armen, benen en zelfs je kaak werken allemaal als hefboom.
Onthoud dit: Bij evenwicht is de som van alle krachten nul Fres=0 én geldt de hefboomwet!