Hoofdletters, Bijvoeglijke Naamwoorden en Meervouden
Hoofdletters gebruik je bij namen, merken, winkels, plaatsen, landen en aan het begin van zinnen. Leestekens zet je aan het eind van zinnen (.!?) en tussen zinnen (:;).
Een bijvoeglijk naamwoord beschrijft een zelfstandig naamwoord, zoals "de mooie hoed" of "het groene gras". Soms heeft het een lange vorm: braaf wordt braven, slim wordt slimme. Stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden zijn gemaakt van materiaal: houten, stoffen, stenen.
Meervouden hebben verschillende regels. Bij woorden als "mug" verdubbel je de laatste letter: muggen. Bij been-benen laat je klinkers weg. Woorden eindigend op -f worden -ven verblijf−verblijven, op -s wordt -zen luis−luizen. Na a,i,o,u,y voeg je 's toe mama−mama′s.
Tip: Bij afkortingen gebruik je altijd 's WC−WC′s en bij dubbele eindletters voeg je -en toe zee−zeee¨n.