Meervouden, Verkleinwoorden en Zinsbouw
Meervoudsvorming werkt volgens twee hoofdregels. Bij woorden die eindigen op klinkers (a, i, o, u, y) of afkortingen gebruik je een apostrof: 's. Anders plak je gewoon -s erachter als de uitspraak goed blijft.
Voor meervoud op -en let je op drie dingen: klinkerweglating, medeklinkerverandering en medeklinkerverdubbeling. Als een woord niet eindigt op onbeklemtoonde -es, -et, -ik of -it, dan verdubbel je de laatste medeklinker niet.
Verkleinwoorden vorm je door -je, -kje, -pje, -tje of -etje achter het woord te zetten. Korte klanken worden soms lang in het verkleinwoord, en bij woorden op klinkers krijg je vaak klinkerverdubbeling.
Handig om te weten: Bij getallen schrijf je letters voor getallen tot twintig en de ronde tientallen, honderdtallen tot duizend. Cijfers gebruik je voor exacte waarden en getallen boven twintig.
Hoofdzinnen verbind je met de voegwoorden en, of, maar, want en dus. Dit maakt je teksten veel vloeiender om te lezen.