Basisbegrippen Scheikunde
Chemische reacties zijn overal om je heen - van het bakken van een cake tot het roesten van je fiets. Bij een reactie zoals A + B + C → D + E krijg je nieuwe stoffen met andere eigenschappen.
Het verschil tussen scheikundige en natuurkundige processen is cruciaal. Bij scheikunde maak je nieuwe stoffen (zoals verbranding), bij natuurkunde verander je alleen de vorm of toestand zonder nieuwe stoffen te maken (zoals smelten van ijs).
Stofeigenschappen helpen je stoffen herkennen. Denk aan geur, kleur, brandbaarheid, smeltpunt en dichtheid. Water heeft bijvoorbeeld altijd een dichtheid van 1 g/cm³ - dat is zijn vingerafdruk.
💡 Handig om te weten: De drie fasen zijn vast , vloeibaar en gasvormig . Deze afkortingen zie je constant terug in vergelijkingen!
































