Faseveranderingen en mengsels
Faseveranderingen gebeuren bij specifieke temperaturen. Stoffen zijn vast onder het smeltpunt, vloeibaar tussen smelt- en kookpunt, en gasvormig boven het kookpunt. De zes faseveranderingen zijn: stollen, smelten, verdampen, condenseren, rijpen en sublimeren.
Zuivere stoffen hebben exacte smelt- en kookpunten, maar mengsels hebben smelt- en kooktrajecten (temperatuurbereiken).
Er bestaan drie soorten mengsels: oplossingen (helder), suspensies (troebel met vaste stof) en emulsies (troebel met twee vloeistoffen). Oplossingen kunnen zuur (pH < 7), neutraal pH=7 of basisch (pH > 7) zijn.
Handig: Kelvin = graden Celsius + 273. Deze omrekening heb je vaak nodig bij berekeningen!