Wiskunde A tabellen en grafieken #1
Procentenrekening is eigenlijk veel simpeler dan het lijkt! Voor 7% van een getal doe je gewoon: 7 ÷ 100 × het getal. Bij toe- of afnames reken je met factoren: 100 +/- het percentage, dan ÷ 100.
De procentuele verandering bereken je met de formule: nieuw−oud ÷ oud × 100%. Dit is super handig voor het analyseren van groei of krimp in datasets.
Het verschil tussen absoluut en relatief is cruciaal. Absoluut = de echte verandering in aantal, relatief = de verandering in procenten. Een verhoudingstabel werkt omdat alle getallen onder elkaar dezelfde verhouding hebben.
Maatsystemen volgen logische patronen. Bij lengte ga je ×10 per stap, bij oppervlakte ×100, en bij inhoud ×1000. Wetenschappelijke notatie schrijf je als a × 10^b, waarbij 'a' tussen 1 en 10 ligt.
Let op: Bij snelheidsberekeningen onthoud je de driehoek: afstand = snelheid × tijd. 1 m/s omrekenen naar km/u doe je door ×3,6.
Grafieken lezen wordt makkelijk als je weet wat interpoleren (schatten tussen punten) en extrapoleren (voorspellen buiten de data) betekent. "W uitzetten tegen t" betekent simpelweg: t op de horizontale as, W op de verticale as.