De acht levensfasen in detail
Elke levensfase heeft specifieke kenmerken. Een baby 0−1,5jaar groeit supersnel, een peuter 1,5−4jaar leert praten en lopen, en een kleuter 4−6jaar leert fietsen en samen spelen.
Schoolkinderen 6−12jaar ontwikkelen de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen. Pubers 12−16jaar ondergaan de meeste lichamelijke en geestelijke veranderingen.
Adolescenten 16−21jaar worden steeds zelfstandiger, volwassenen 21−65jaar zijn volledig zelfstandig, en ouderen (65+) kunnen lichamelijke klachten krijgen maar hebben veel levenservaring.
Interessant: Je hersenen zijn pas volledig ontwikkeld rond je 25e jaar - daarom neem je als tiener soms impulsieve beslissingen!