Ademhaling en Gaswisseling
Gaswisseling is het magische proces dat plaatsvindt in je longblaasjes. Wanneer je inademt, neemt je lichaam zuurstof op uit de lucht. Deze zuurstof gaat naar je bloed en wordt door je hele lichaam getransporteerd.
Het tegenovergestelde gebeurt bij uitademen. Je lichaam maakt koolstofdioxide aan als afvalstof, en dit gas moet eruit. In de longblaasjes wordt het koolstofdioxide vanuit je bloed afgegeven aan de lucht die je uitademt.
Je bloed verandert dus constant van samenstelling. Zuurstofrijk bloed (met veel zuurstof) stroomt naar je lichaamscellen, terwijl zuurstofarm bloed (met weinig zuurstof en veel koolstofdioxide) terugkeert naar je longen.
Let op: De lucht die je inademt heeft een heel andere samenstelling dan de lucht die je uitademt - dat is het bewijs dat gaswisseling echt werkt!
Ademhalingsspieren in Actie
Je ademhaling gebeurt niet vanzelf - je hebt speciale ademhalingsspieren nodig. Bij borstademhaling bewegen je ribben en borstbeen omhoog en naar buiten, waardoor je borstholte groter wordt.
Bij buikademhaling is je middenrif de hoofdrolspeler. Dit grote spier beweegt omhoog en omlaag. Als het middenrif samentrekt en naar beneden beweegt, worden je longen uitgerekt en komt er lucht binnen.
Uitademen werkt andersom: je longen worden kleiner en de lucht wordt naar buiten geperst. Je tussenribspieren en buikspieren helpen hierbij mee.