Verbranding in je lichaam
Stel je voor dat elke cel in je lichaam een mini-kampvuurtje heeft dat constant brandt. Dat verbrandingsproces zorgt ervoor dat je kunt bewegen, denken en je lichaamstemperatuur op 37 graden houdt.
Glucose is de brandstof die je cellen gebruiken, net zoals hout voor een kampvuur. Deze glucose krijg je uit het eten dat je eet. Zonder dit proces zou elke cel in je lichaam doodgaan - het stopt letterlijk nooit, zelfs niet als je slaapt.
Net zoals een kaars uitgaat zonder zuurstof, kunnen je cellen niet verbranden zonder deze levensvrolijke stof. Daarom moet je constant ademhalen! Bij deze verbranding ontstaan water en koolstofdioxide als afvalproducten.
Onthoud: Glucose + zuurstof → water + koolstofdioxide + energie
Wanneer je sport of rent, heb je meer energie nodig. Dan gaat het verbrandingsproces in de overdrive! Je gaat sneller ademen om meer zuurstof binnen te krijgen, je hart klopt harder en je wordt warmer. Het zweet dat dan verschijnt helpt je lichaam afkoelen van alle extra verbranding die plaatsvindt.