Van cel tot organisme
Jouw lichaam is georganiseerd volgens een slimme hiërarchie: cellen → weefsel → orgaan → orgaanstelsel → organisme. Het begint allemaal bij cellen, die verschillende onderdelen hebben.
Dierlijke cellen bestaan uit een celmembraan, celkern en cytoplasma. Plantencellen hebben daarnaast ook een celwand (voor stevigheid), bladgroenkorrels (voor fotosynthese) en een vacuole (waterblaasje).
Verschillende orgaanstelsels zorgen elk voor specifieke taken: het ademhalingsstelsel voor zuurstofopname, het bloedvatenstelsel voor transport, het botenstelsel voor vorm en bescherming, en het verteringsstelsel voor voedselverwerking. Ook het hormoon-, spier-, zintuig-, uitscheidings- en voortplantingsstelsel hebben hun eigen rol.
Handig om te weten: Tussencelstof is de 'lijm' tussen cellen, terwijl weefsel uit cellen met dezelfde functie bestaat!