Voeding en Vertering
Voedingsstoffen zijn de bouwstenen van je dagelijkse energie. Koolhydraten, vetten en eiwitten fungeren als brandstof voor je lichaam, terwijl vitamines en mineralen je gezond houden. Groente en fruit geven je bijvoorbeeld vitamine C, en je botten hebben vitamine D nodig om sterk te blijven.
Je lichaam heeft twee manieren om voedsel te verteren. Intracellulaire vertering gebeurt binnenin je cellen, terwijl extracellulaire vertering plaatsvindt in je darmkanaal buiten de cellen om. Het entoderm produceert de enzymen die nodig zijn voor deze extracellulaire vertering.
In je twaalfvingerige darm is de pH-waarde hoger dan in je maag, waardoor pepsine (dat eiwitten afbreekt) onwerkzaam wordt. Gal, geproduceerd in je lever, vergroot het oppervlak van vetten zodat ze beter verteerd kunnen worden. Tegen de tijd dat voedsel je dunne darm bereikt, zijn vrijwel alle stoffen al verteerd.
Let op: Verzadigde vetten verhogen je cholesterolgehalte, terwijl HDL (het "goede" cholesterol) slechte vetdeeltjes opruimt en LDL blijft plakken aan bloedvatwanden.