Zintuigen en Prikkels
Elke prikkel heeft een prikkeldrempel - dat is hoe sterk een prikkel moet zijn voordat jij hem opmerkt. Denk aan het volume van muziek dat net hard genoeg staat om te horen.
Een adequate prikkel is precies de juiste prikkel voor elk zintuig. Je oog reageert het best op licht, je oor op geluid, en zo heeft elk zintuig zijn specialiteit. Door gewenning wordt je prikkeldrempel hoger - daarom merk je na een tijdje de geur van je parfum niet meer op.
Uitwendige prikkels komen van buitenaf via je zintuigen binnen. Inwendige prikkels ontstaan in je lichaam zelf, zoals honger of dorst.
Let op: Je huid heeft meerdere functies - hij voelt warmte/koude, vorm/structuur én pijn!
Je hebt vijf hoofdzintuigen: oog (licht), oor (geluid), neus (geurstoffen), tong (smaakstoffen) en huid (temperatuur, tast, pijn). Deze zintuigen werken als een perfect afgestemd team om jou veilig door het leven te loodsen.
Het Zenuwstelsel
Je zenuwstelsel bestaat uit drie typen zenuwcellen die elk hun eigen taak hebben. Gevoelscellen nemen prikkels waar en sturen deze door naar je ruggenmerg en hersenen via hun lange uitlopers.
Bewegingscellen zitten in je ruggenmerg en hersenen. Ze sturen signalen naar je spieren om bewegingen te maken. Hun cellichaam ligt veilig beschermd in je ruggenmerg.
Schakelzenuwcellen verbinden andere zenuwcellen met elkaar - ze zitten altijd in je centrale zenuwstelsel. Zonder hen zou communicatie tussen je zenuwcellen onmogelijk zijn.
Zenuwen zijn eigenlijk bundels van zenuwvezels, omgeven door beschermend bindweefsel en voorzien van bloedvaten voor voeding.