Samenvatting en toetsvoorbereiding
Je moet deze kernformules uit je hoofd kennen: Vermogen P=U×I, Energie E=P×t, Wet van Ohm U=I×R. Eenheden: P in watt, E in joule of kWh, U in volt, I in ampère.
Controlevragen voor jezelf: Wat is het verschil tussen energie en vermogen? Hoeveel kost een laptop van 80W een hele dag? Antwoord:1,92kWh=€0,58 Waarom hebben LED's lager vermogen? Bereken stroomsterkte waterkoker 2200W op 230V (9,57A).
Voor de toets is belangrijk dat je: formules uit het hoofd kent, eenheden correct omrekent (W naar kW), praktische Nederlandse voorbeelden kunt oplossen, het verband tussen spanning-stroom-weerstand-vermogen begrijpt.
Oefen veel met verschillende opgaven en controleer of antwoorden realistisch zijn. Energiebesparende maatregelen uitleggen en berekenen komt vaak in examens voor.
💡 Examensucces: Maak een formulekaart en oefen dagelijks 15 minuten met verschillende opgaven - succes gegarandeerd!