Tekstverbanden en signaalwoorden
Signaalwoorden zijn woorden die aangeven hoe zinnen met elkaar verbonden zijn. Ze zorgen ervoor dat je tekst niet als losse zinnen overkomt, maar als één samenhangend verhaal.
Voor een tegenstelling gebruik je woorden zoals "maar", "echter" of "daarentegen". Deze laten zien dat je iets anders gaat zeggen dan wat je lezer verwacht.
Bij voorbeelden help je je lezer door woorden als "bijvoorbeeld", "zoals" of "neem nou" te gebruiken. Opsommingen maak je duidelijk met "ten eerste", "bovendien" of "daarnaast".
Een conclusie trek je met "dus", "kortom" of "concluderend". Voor redenen (feiten) gebruik je "want", "omdat" of "daarom", terwijl argumenten (meningen) ook met "immers" kunnen worden ondersteund.
Let op: Het verschil tussen een reden (feit) en argument (mening) zit in wat je ermee onderbouwt - feiten zijn bewijsbaar, meningen niet!
Oorzaak en gevolg verbindingen maak je met "doordat", "daardoor" of "als gevolg van". En vergeet niet je mening duidelijk te markeren met "volgens mij" of "mijn standpunt is".