Oefenvragen en berekeningen
Hardy-Weinberg berekeningen zijn essentieel voor je eindexamen. Bij Nederlandse konijnen met 16% witte vacht bereken je: q² = 0,16, dus q = 0,4 en p = 0,6. De genotype-frequenties worden dan AA = 36%, Aa = 48%, en aa = 16%.
Na selectie tegen het recessieve fenotype kunnen frequenties veranderen. Als aa daalt van 16% naar 9%, wordt de nieuwe q-waarde 0,3 in plaats van 0,4. Dit toont hoe selectie allel-frequenties beïnvloedt.
Fitness berekeningen meten relatief reproductief succes. Als AA-vlinders 80% overleven, Aa-vlinders 90%, en aa-vlinders 60%, krijgt het meest succesvolle genotype (Aa) fitness 1,0 en de anderen lagere waarden.
Examentip: Oefen verschillende scenarios - fitness kan veranderen afhankelijk van omgevingscondities zoals droogte of ziekte.