Leerdoelen Hoofdstuk 1 - Basisvaardigheden Wiskunde A
Dit hoofdstuk legt de foundation voor alles wat je dit jaar gaat leren. Je werkt aan vier belangrijke onderdelen die constant terugkomen in toetsen en examens.
Bij rekenen oefen je met wetenschappelijke notatie (zoals 3,2 × 10⁵), verschillende eenheden omrekenen, en vraagstukken over snelheid en afstand. Ook verhoudingen komen aan bod - denk aan schaalberekeningen of recepten omrekenen.
Procenten doe je met vermenigvuldigingsfactoren in plaats van ingewikkelde breuken. Bij een stijging van 15% reken je × 1,15, bij een daling van 20% gebruik je × 0,8. Dit maakt berekeningen veel sneller en minder foutgevoelig.
Exponentiële groei gebruik je voor situaties zoals bevolkingsgroei of radioactief verval. Je stelt formules op en lost vraagstukken op met je grafische rekenmachine. Bij tabellen en grafieken leer je gegevens aflezen en berekeningen maken, inclusief grafiekenbundels waar meerdere lijnen door één punt gaan.
Tip: Oefen ook met de gemengde opgaven - die bereiden je het beste voor op toetsen waar verschillende onderwerpen door elkaar komen!