Trans-Atlantische Slavenhandel: De donkere kant
Terwijl Europa praatte over vrijheid en gelijkheid, floreerde ironisch genoeg de trans-Atlantische slavenhandel - de handel in en het vervoer van slaven over de Atlantische Oceaan. Dit kwam op gang omdat er verbod kwam op slavernij van indianen (die stierven snel aan ziektes), maar Afrikanen waren bestand tegen tropische ziektes.
De Europese overheersing groeide, plantages namen toe, en daarmee ook de vraag naar slaven. Hoewel slavernij al eeuwen bestond in Afrika, werd het veel erger door de Europese vraag. Slaven werkten onder verschrikkelijke omstandigheden op plantages die suiker, tabak en koffie produceerden voor Europa.
Intimidatie en wreedheid kwamen constant voor - opzichters met zwepen, omdat eigenaren konden doen wat ze wilden met hun "bezit". De Nederlandse Republiek deed eerst alsof ze er tegen waren ("christenen doen niet aan mensenhandel"), maar na verovering van WIC-gebieden deden ze volop mee.
Belangrijk tegenstrijdigheid: Terwijl Verlichte denkers praatten over natuurlijke gelijkheid, werden miljoenen Afrikanen als handelswaar behandeld.
Gelukkig ontstond ook het abolitionisme - een beweging voor afschaffing van slavernij. Geïnspireerd door christendom en vooral de Verlichting, vonden critici slavernij in strijd met de natuurlijke gelijkheid van alle mensen.