Inkomsten en Uitgaven
Nu wordt het praktisch! Er zijn drie soorten uitgaven: vaste lasten (huur, verzekeringen die je elke maand betaalt), huishoudelijke uitgaven (boodschappen, schoonmaakmiddelen) en incidentele uitgaven (grote aankopen zoals een wasmachine of vakantie).
Je inkomsten komen uit drie bronnen. Inkomen uit arbeid is je loon, inkomen uit bezit krijg je van verhuur of spaarrente, en overdrachtsinkomen krijg je zonder tegenprestatie (zakgeld, uitkeringen).
Je secundair inkomen bereken je zo: inkomen uit arbeid + inkomen uit bezit + overdrachtsinkomen - belastingen. Dit is het bedrag dat je daadwerkelijk kunt uitgeven.
Een begroting is je planning van verwachte inkomsten en uitgaven. Heb je meer uitgaven dan inkomsten? Dan heb je een begrotingstekort. Andersom heet het een begrotingsoverschot.
Belangrijk: Streef altijd naar een sluitende begroting waarbij inkomsten en uitgaven gelijk zijn!