Present Simple vs Present Continuous
Oké, dit is waar veel mensen de fout in gaan, maar jij gaat het snappen! De Present Simple gebruik je voor dingen die regelmatig gebeuren of altijd waar zijn. De Present Continuous daarentegen gebruik je voor acties die nu bezig zijn of tijdelijke situaties.
Present Simple maken: Gewoon de basisvorm van het werkwoord gebruiken. Let op: bij he/she/it plak je een -s achter het werkwoord. Voor vragen en ontkenningen gebruik je do of does.
Present Continuous maken: Gebruik een vorm van 'to be' am/is/are + werkwoord met -ing. Super simpel - je zet gewoon -ing achter het werkwoord!
Pro tip: Let op de signaalwoorden! Present Simple heeft woorden zoals "always, often, every day". Present Continuous heeft "now, right now, at the moment".
Belangrijk om te onthouden: Sommige werkwoorden zoals like, love, know gebruik je bijna nooit in de Present Continuous. Je zegt "I know" en niet "I am knowing" - dat klinkt gewoon raar!