Brits kolonialisme in India (1765-1885)
Na het verlies van Amerika richtten de Britten hun aandacht op Brits-Indië. De East India Company was oorspronkelijk alleen geïnteresseerd in handel, maar toen het machtige Mogolrijk in de 18e eeuw uit elkaar viel, grepen de Britten hun kans.
In 1765 kreeg de East India Company na een oorlog de macht over Bengalen. Ze lieten lokale vorsten op de troon zitten maar hieven zelf de belastingen - zo tapten ze letterlijk de welvaart van India af. Na de Indiase Opstand van 1857 nam de Britse regering het bestuur direct over.
Het Britse bestuur bracht zowel goede als slechte veranderingen. Spoorwegen en Engels onderwijs moderniseerden het land, maar miljoenen Indiërs stierven door hongersnoden en uitbuiting. Hoogopgeleide Indiërs richtten in 1885 het Indian National Congress op om voor gelijke rechten te strijden.
Economische uitbuiting: India ging van 25% van de wereldproductie in 1750 naar een arm land, terwijl Britse fabrieken de lokale industrie kapot maakten.
De Britten gebruikten India als grondstoffenleverancier (katoen, jute, thee) en afzetmarkt voor hun eigen producten. Dit maakte Groot-Brittannië steenrijk, maar verarmde India.