Problemen in de kerk
De katholieke kerk had in de middeleeuwen veel macht, maar ook veel vijanden. Mensen met afwijkende ideeën werden ketters genoemd en vervolgd door de inquisitie - een speciale kerkelijke rechtbank die de paus rond 1200 oprichtte.
Rond 1500 werd de kritiek steeds harder. Het grootste probleem waren de aflatbrieven die de kerk verkocht. Deze brieven zouden je zonden wegwassen en je sneller naar de hemel helpen, maar veel mensen vonden dit gewoon oplichterij.
In 1517 had Maarten Luther er genoeg van en begon de Hervorming (Reformatie). Samen met andere hervormers zoals Johannes Calvijn wilde hij de kerk grondig veranderen. Dit zorgde voor een definitieve breuk in het christendom.
De splitsing was compleet: Rooms-katholieken bleven trouw aan de paus, terwijl protestanten hun eigen kerken vormden zoals de Lutheranen en Calvinisten. De katholieke kerk sloeg terug met de Contrareformatie, maar de schade was al aangericht. Deze religieuze scheuring zou Nederland in een bloedige opstand storten die 80 jaar zou duren.
Let op: De Reformatie leidde uiteindelijk tot de Nederlandse Opstand (1566-1648) en de onafhankelijkheid van Nederland!