Voltaire en de Kern van de Verlichting
Voltaire vond geloven in kerkelijke rituelen misplaatst omdat er geen bewijs voor was. Hij noemde dit geloof dogmatisch - iets werd zonder bewijs voor waar aangenomen. Voltaire zocht altijd naar bewijzen en onderbouwde zijn standpunten.
Sinds de wetenschappelijke revolutie was het vertrouwen in het eigen verstand (ratio) enorm gegroeid. Geleerden begrepen de wereld beter door logisch nadenken (rationalisme) en door onderzoek via waarneming (empirisme). Het werd zelfs trendy voor de adel en burgerij - dit werd de Verlichting genoemd.
Het verschil met de wetenschappelijke revolutie was duidelijk: bij de wetenschappelijke revolutie onderzochten mensen vooral via natuurwetenschappen, bij de Verlichting gebruikten ze vooral hun verstand om te redeneren.
Onderwijs was cruciaal: verlichte denkers zagen in opvoeding en scholing dé manier om de samenleving te verbeteren. Mensen moesten worden opgevoed tot verantwoordelijke en kritische burgers.
Niet alle denkers waren het eens. Jean-Jacques Rousseau had zelfs oog voor de duistere kant van mensen - we zijn niet alleen rationeel, maar hebben ook gevaarlijke lusten. Hij zag de ontwikkeling van cultuur en beschaving eerder als een afwijking van wat oorspronkelijk goed was geweest.
Examentip: Onthoud het verschil tussen rationalisme (nadenken) en empirisme (waarnemen) - dit komt vaak terug!