Nieuwe politieke ideeën
Na alle revoluties ontstonden vier belangrijke politieke stromingen die nog steeds relevant zijn:
Liberalisme draaide om individuele vrijheid - minder macht voor adel en kerk, meer voor rijke burgers. Nationalisme wilde dat elk volk een eigen land kreeg met gemeenschappelijke taal en cultuur.
Socialisme ontstond als reactie op de slechte behandeling van arbeiders. Karl Marx geloofde zelfs dat een revolutie nodig was om het kapitalisme af te schaffen. Conservatieven wilden juist alles bij het oude laten.
Deze stromingen botsten constant met elkaar. Liberalen en nationalisten waren vaak rijk, socialisten vertegenwoordigden arbeiders, conservatieven steunden koning en kerk.
Democratisering betekende dat steeds meer groepen politieke rechten eisten - niet alleen rijke mannen, maar ook arbeiders, vrouwen en gelovigen.
Slim onthouden: Liberal = vrijheid, nationalist = eigen land, socialist = arbeiders, conservatief = oude systeem!