Engelse Kolonisatie van Amerika (1585-1833)
De protestantse Pilgrim Fathers landden in 1620 in Noord-Amerika om een nieuwe, strengere protestantse samenleving te stichten. Ze vluchtten omdat ze de Engelse Kerk niet streng genoeg vonden. Dit was het begin van een koloniaal avontuur dat Amerika voorgoed zou veranderen.
De dertien koloniën aan de oostkust ontwikkelden zich verschillend. Het noorden werd vestigingskoloniën met landbouw en handel, terwijl het zuiden plantage-economieën werd voor tabak en katoen. Alle kolonien gebruikten slavenarbeid, maar in het zuiden vormden slaven een veel groter deel van de bevolking.
De lucratieve driehoekshandel via de Royal African Company maakte de Britten steenrijk. Maar toen kolonisten Verlichte ideeën zoals volkssoevereiniteit leerden kennen, wilden ze niet meer belasting betalen zonder politieke inspraak ("no taxation without representation").
In 1776 verklaarden de kolonisten zich onafhankelijk en vormden de Verenigde Staten. Het abolitionisme - de beweging tegen slavernij - groeide vanaf 1800, wat leidde tot een verbod op slavenhandel (1807) en later slavernij zelf (1833) in het Britse Rijk.
Onthoud: De Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog was direct geïnspireerd door Verlichte denkers zoals Montesquieu (trias politica) en Locke (natuurlijke rechten).