Van jagers naar handelaars - de vroege geschiedenis van Indonesië
Indonesië bestaat uit grote eilandengroepen zoals Sumatra, Java, Borneo, Celebes en Nieuw-Guinea. Deze enorme archipel werd al duizenden jaren bewoond door verschillende volkeren.
In het begin leefden er jagers en verzamelaars in kleine groepjes, maar later gingen steeds meer mensen landbouw bedrijven. Door de strategische ligging ontstond al vroeg handel met andere Aziatische landen.
Culturele invloeden stroomden het gebied binnen door deze handel. Mensen begonnen Chinese munten te gebruiken en namen religies over zoals het boeddhisme en hindoeïsme uit India. In rijke gebieden bouwden ze indrukwekkende tempels voor hun goden.
Let op: Rond 1200 begon de islam zich te verspreiden en werd uiteindelijk de belangrijkste godsdienst op bijna alle eilanden.
Verschillende staten ontstonden, bestuurd door sultans. De bevolking bestond vooral uit boeren die behoorlijk veel belasting moesten betalen. Een belangrijk voorbeeld is het hindoeïstische koninkrijk dat werd veroverd door islamitische leiders, die er het sultanaat Bantam van maakten.