Spanningen in Europa
Rond 1900 was Europa een kruitvat door vier belangrijke ontwikkelingen. De industrialisatie zorgde ervoor dat landen steeds meer grondstoffen nodig hadden uit kolonien in Afrika en Azië.
Het moderne imperialisme ontstond omdat landen hun kracht wilden tonen door zoveel mogelijk kolonies te veroveren. Duitsland had veel minder kolonies dan Groot-Brittannië en Frankrijk, wat tot jaloezie leidde. Na de oorlog tussen Pruisen en Frankrijk in 1870 moest Frankrijk twee provincies afstaan - dit zorgde voor een diepe wrok.
Nationalisme maakte mensen extreem trots op hun eigen land en volk. Nieuwe landen zoals Duitsland en Italië werden snel industriële machten, terwijl kleine volken op de Balkan hun eigen land wilden. Door militarisme vonden mensen oorlog zelfs mooi - de uniformen, wapens en stoere verhalen spraken tot de verbeelding.
Europa verdeelde zich in twee bondgenootschappen: de Triple Entente Groot−Brittannie¨,Frankrijk,Rusland tegenover de Triple Alliantie Duitsland,Oostenrijk−Hongarije,Italie¨. Toen Gavrilo Princip kroonprins Franz Ferdinand vermoordde in Sarajevo in 1914, explodeerde deze gespannen situatie tot wereldoorlog.
Let op: De moord in Sarajevo was slechts de aanleiding - de echte oorzaken lagen in decennia van opgebouwde spanningen.