De opkomst van de landbouw
Ongeveer 10.000 jaar geleden gebeurde er iets revolutionairs: mensen stopten met alleen jagen en verzamelen, en begonnen hun eigen voedsel te verbouwen. Ze werden de eerste boeren ter wereld! Het begon met gewassen zoals vijgen, gerst en tarwe, en rond 8000 v.Chr. gingen ze ook dieren houden zoals geiten, schapen en later varkens en runderen.
Deze landbouwrevolutie veranderde letterlijk alles. Het begon in het gebied ten oosten van de Middellandse Zee, waar het klimaat na de laatste ijstijd perfect werd voor landbouw: zachte natte winters en warme droge zomers. Vanuit dit gebied verspreidden migranten de landbouw naar Azië, Afrika en Europa.
Door slim te selecteren maakten boeren van wilde planten gedomesticeerde gewassen - ze kozen steeds de grootste en lekkerste exemplaren om mee verder te telen. Zo ontstond er een compleet nieuwe landbouwsamenleving waar mensen een sedentaire leefwijze hadden: ze woonden in vaste huizen bij hun akkers en leefden in dorpen die autarkisch (zelfvoorzienend) waren.
Belangrijk: In de landbouwsamenleving werd bezit voor het eerst echt belangrijk - boeren hadden grond, huizen en allerlei producten die ze zelf maakten.