Egypte: de eerste echte staat met een god als baas
Egypte wordt beschouwd als een van de eerste echte staten omdat er één leider (de farao) centraal het hele rijk bestuurde met uniforme wetten en regels.
De macht van de farao rustte op vier pijlers: een professioneel ambtenarenapparaat en leger, een efficient belastingsysteem, goddelijke legitimering (hij was zoon van zonnegod Ra), en slimme propaganda via beelden en teksten.
De Egyptische cultuur draaide om religie en dood. Ze geloofden in polytheïsme, bouwden tempels voor offers, en waren geobsedeerd door het leven na de dood. Vandaar al die mummies en piramides voor de farao's.
Priesters vormden de verbinding tussen goden en mensen, terwijl gewone mensen eenvoudige graven kregen en de elite indrukwekkende graftombes.
Denk eraan: De farao was geen gewone koning - hij was letterlijk een god op aarde die bemiddelde tussen hemel en aarde!