Systematische Naamgeving
Voor je toets moet je verbindingen correct kunnen benoemen. Dit werkt volgens vaste regels die eigenlijk best logisch zijn.
Bij systematische naamgeving vertel je eerst welke atoomsoorten er zijn, dan hoeveel. Het eerste element krijgt zijn gewone naam, het tweede krijgt een speciale uitgang: broom wordt bromide, chloor wordt chloride, fluor wordt fluoride, jood wordt jodide, zuurstof wordt oxide, en zwavel wordt sulfide.
Voor aantallen gebruik je telwoorden: mono (1), di (2), tri (3), tetra (4), penta (5), hexa (6), hepta (7), octa (8). Bijvoorbeeld: HBr = waterstof bromide, H₂S = diwaterstof sulfide.
Ontleding kan op drie manieren: thermolyse (met warmte), fotolyse (met licht), en elektrolyse (met elektriciteit). Bij thermolyse van organische stoffen krijg je altijd koolstof, water, rook en gas. Fotolyse zie je bijvoorbeeld bij oude foto's - zilverchloride valt uiteen in zilver en chloor onder invloed van licht.
Tip: Oefen de telwoorden tot je ze droomt - die komen gegarandeerd in je toets!