Organen en Chromosomen
Je lichaam bestaat uit verschillende organen die elk hun eigen taak hebben. De belangrijkste zijn je longen (voor ademhaling), hart (pompt bloed rond), lever (filtert giftige stoffen), maag (verteert voedsel), en je dikke darm en dunne darm (nemen voedingsstoffen op).
Al deze organen zijn opgebouwd uit cellen, en elke cel bevat chromosomen die gemaakt zijn van DNA. Dit DNA is als een instructieboekje dat vertelt hoe jouw lichaam moet werken en groeien.
Plantaardige cellen zien er anders uit dan dierlijke cellen. Ze hebben een celwand die hen stevigheid geeft, een groot vacuole (zoals een waterreservoir), en bladgroenkorrels waarmee ze zonlicht omzetten in voedsel. Net als dierlijke cellen hebben ze een celmembraan, cytoplasma, en een celkern met kernmembraan.
Dierlijke cellen zijn simpeler van opbouw - ze hebben alleen een celmembraan (geen celwand), cytoplasma waar alle processen plaatsvinden, en een celkern waar het DNA ligt opgeslagen.
💡 Onthoud: Plantencellen = celwand + bladgroenkorrels, dierlijke cellen = alleen celmembraan!