Wat kun je met biologie?
Wist je dat alle levende organismen - planten, dieren, schimmels en bacteriën - bepaalde levensverschijnselen vertonen? Zodra deze verschijnselen stoppen, is een organisme dood. Dingen die nooit hebben geleefd noemen we levenloos.
Het leven draait om stofwisseling - alle chemische reacties die in je lichaam plaatsvinden. Denk aan ademhalen, eten verteren, of energie maken voor je spieren.
Elk individu heeft zijn eigen unieke levensloop, maar alle individuen van dezelfde soort doorlopen dezelfde stadia. Dit noemen we de levenscyclus. Individuen behoren tot dezelfde soort als ze zich kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen krijgen.
De biologie kent 11 organisatieniveaus, van klein naar groot: molecuul → organel → cel → weefsel → orgaan → orgaanstelsel → organisme → populatie → levensgemeenschap → ecosysteem → systeem aarde. Wanneer er op een hoger niveau nieuwe eigenschappen ontstaan die er op het lagere niveau niet waren, noem je dat emergente eigenschappen.
Let op: Het DNA-molecuul bevat alle erfelijke informatie van een organisme - jouw complete bouwplan zit hierin!