De organen voor vertering
Niet alles wat je eet heeft dezelfde behandeling nodig! Koolhydraten, eiwitten en vetten moeten eerst worden afgebroken voordat je lichaam ze kan gebruiken. Mineralen, vitaminen en water kunnen direct worden opgenomen.
Je mondholte is het startpunt van vertering. Je tanden vermalen het voedsel tot kleine stukjes, terwijl je speekselklieren speeksel toevoegen dat meteen begint met het afbreken van koolhydraten. Let op dat je niet verslikt - dan komt er voedsel in je neusholte of luchtpijp!
In je maag wordt het echt serieus. Deze gespierde zak voegt maagsap met zuur toe dat de vertering van eiwitten start. De maagportier werkt als een deur die de verbinding naar de twaalfvingerige darm regelt.
Let op: Elk orgaan heeft zijn eigen specialiteit - speeksel voor koolhydraten, maagsap voor eiwitten!
De twaalfvingerige darm krijgt hulp van twee belangrijke vloeistoffen. Gal zorgt voor het emulgeren (uiteenrafelen) van vetten, terwijl alvleessap álle drie de hoofdvoedingsstoffen kan verteren. In de dunne darm wordt darmsap toegevoegd en gebeurt de echte magie: hier worden alle voedingsstoffen opgenomen dankzij het enorme oppervlak van de darmwand.
Tot slot ruimt de dikke darm op door water op te nemen en gebruikt bacteriën om stoffen af te breken die jij niet kunt verteren. De endeldarm verzamelt alle onverteerde resten tot je naar de wc gaat.